Rondje Denemarken

Aanleiding

De aanleiding voor deze monstertocht annex ass-killer was, of beter gezegd waren mijn bijna oneindige verhalen over het land Denemarken. Over de ruimte, de natuur, de vriendelijke mensen, de letterlijke schoonheid van straten, parken en steden (en vrouwen), het eten en drinken maar bovenal de heerlijke binnenwegen die als het ware de natte droom zijn van de toerrijd(st)er.

Mijn eerste kennismaking met Denemarken begon in september 2007 toen ik (samen met twee vrouwen) gedurende 19 dagen het vaste land Jylland en het eiland Fyn rondreisde in een camper. De vooraf zorgvuldig geplande dagroutes werden één voor één door de GPS afgewerkt. Aangezien het totale wegennetwerk ruim 70.000 km bedraagt, waarvan slechts 1.100 km bestaat uit snelwegen, was het duidelijk dat alle routes via de binnenwegen zouden voeren. Maar ja, de ene binnenweg is de andere niet.

De provinciale wegen zijn overwegend lang en recht en weinig spectaculair te noemen, wat niet wegneemt dat er wel degelijk aan de zijkanten af en toe toch hele mooie dingen te bewonderen zijn. De grotere binnenwegen worden al een stúk interessanter omdat deze wat gevarieerder zijn in het verloop, soms een paar kilometer recht-toe-recht-aan maar vaak mooie lange overzichtelijke bochten die op hun beurt weer worden afgewisseld door het doorkruisen van leuke dorpen of het passeren van complete natuurgebieden of meren. De kleinere binnenwegen zijn toch echt het leukst. Het beste te vergelijken met de Belgische Ardennen of de Franse Vogezen, maar dan door een vlak of licht glooiend landschap. Een prettige afwisseling van relaxed toeren en van behendigheid.

Met een 3,5 tons/2,30 meter brede/6,90 meter lange/3,40 meter hoge camper vond ik de kleinste wegen het gaafst, lekker sturen met zo’n log ding en tóch vlot de hoek om. Soms even half de berm in duiken omdat er een tegenligger opdoemt of dat een lokale boer zich met verbazing afvraagt wat die camper in hemelsnaam hier doet. Prachtig! Bovendien kom je op de mooiste plekjes waar je anders aan voorbij zou rijden als je dit soort weggetjes zou hebben vermeden.
In 2008 ging ik en m’n vrouw het eiland Sjaelland verkennen met de auto. Totaal anders qua natuur (bosrijker maar ook wat natter) en een weelde aan kastelen. Natuurlijk ook Kopenhagen in een paar dagen bekeken en gesnoven. Hier zijn de wegen nog wat bochtiger en het landschap nog wat heuvelachtiger. Vaak waan je je ècht in de Eifel.
Ik kreeg zin om Denemarken ook eens per motor te doen en wilde dit plan in 2009 gaan uitvoeren. Jos was inmiddels warm gelopen van mijn verhalen en kreeg wel erg veel zin om mij te vergezellen. Ondertussen was ook Ronald aangehaakt. Hartstikke gezellig leek mij dat en dus werd er al snel een afspraak gemaakt om de koppen bij elkaar te steken en plannen te smeden. De agenda's werden getrokken en de beste periode werd 9 t/m 15 mei.

Voorbereidingen (deel 1)

In de tussentijd had ik al de dagroutes uitgezet op de PC, met de reeds gereden routes met de camper/auto op de achtergrond. Om mijn reisgenoten niet op hoge kosten te jagen, had ik onderzoek gedaan naar de B&B-mogelijkheden (Bed & Breakfast) aangezien dit een zeer comfortabele doch voordelige keuze is. Bovendien is B&B in heel Scandinavië populair en alleen al in Denemarken heb ik 350 adressen gevonden die een classificatie hebben van minimaal 3 sterren. De prijzen variëren van 17 Euro (pppn/LO) in een omgebouwde hooischuur tot een dikke 50 Euro in een luxe kamer in een landhuis met binnenzwembad. In de buitengebieden blijken veel B&B-adressen grote boerderijen compleet met bijgebouwen te zijn, in de stedelijke centra zijn het vaak herenhuizen of historische gebouwen. In de randgebieden kom je letterlijk bij de bewoners thuis.

Denen zijn lekkerbekken en dat zie je terug in het ontbijt en de lunch. Het Deense ontbijt is zeer gevarieerd met vaak diverse soorten hartig en zoet beleg. Soms worden crêpes gemaakt en ook roerei is populair. De lunch is vaak óf een gezonde salademaaltijd óf heel energierijk (zoete broodjes in allerlei soorten en maten). Voor ons zal het ontbijt vrijwel iedere ochtend geregeld zijn, voor de lunch zullen we waarschijnlijk vaak in de bakkerij eindigen en voor het diner zal het van alles kunnen zijn. Uit eten bij een restaurant is redelijk prijzig waarbij je voor een 3-gangen diner inclusief een paar consumpties al snel rond de 45 Euro zal eindigen. En dan heb je niets bijzonders gegeten ofzo. Wat wèl een regelrechte aanrader is, is een restaurant zoeken direct in een vissershaven waar de lokale bevolking en de vissers zèlf komen eten. Hier zijn de prijzen veelal aantrekkelijk (rond de 30 Euro) èn de vis is kakelvers. En dat proef je! Oja, vissticks kennen ze daar niet.

Voorbereidingen (deel 2)

Een tweede bijeenkomst ligt alweer een maandje achter ons waarbij we een aantal details hebben besproken. Gôh, het heeft wel iets weg van de GBMTT... De motoren zijn vergeleken: wij vormen een bijzonder trio! Jos op een riant aangeklede 4-cylinder toermotor, Ronald op een compacte 3-cylinder sportmotor en René op een uitgeklede 2-cylinder "gewone" motor. Om in voetbaltermen te zeggen: een 2-3-4-tje of zoiets. De langzaamste motor bepaalt de snelheid en rijdt dus voorop, dus René is de pineut (184 km/u). De snelste motor rijdt dus achteraan en dat is Ronald (260+). Nou, voor Jos blijft er niet veel keus over dus die rijdt in het midden (185 tot 260 km/u). De motor met de kleinste actieradius (oftewel: hoeveel kilometer je kan rijden op een tankvulling) bepaalt wanneer we gaan tanken, en die eer komt Ronald toe. Hij moet al na iets meer dan 200 km naar de pomp, daarna komt René (300 km) en Jos komt het verst (400 km?). Ook hebben we een rangschikking proberen te maken welke motor het mooiste is, maar hierover waren de meningen te verdeeld. Ook over welke motor het lekkerste uitlaatgeluid produceert, konden we het niet eens worden, laat staan welke motor over het meeste karakter beschikt. Over smaak valt niet te twisten.

Bagagelijsten zijn opgesteld: Ronald heeft genoeg aan 6 sets ondergoed en een toilettas, eventueel aangevuld met een tube Wipp-Express voor noodgevallen. Jos en ik hebben heel wat méér rommel nodig. Iets wat we alle drie nodig hebben zijn onze medicijnen. En een handgemaakte jiffy-onderzetter zodat de motoren ook overeind blijven staan op zachte ondergrond. De Deense parkeergelegenheden bij B&B’s en kastelen bestaan vaak uit grind, zand of gras. De motoren zijn op vrijwel alle punten gechecked en persoonlijk goedgekeurd. Mijn achterband kan nog ongeveer 3.000 km mee en laat dat nou precies genoeg zijn voor het rondje Denemarken! Voor de gelegenheid overigens heb ik het windscherm maar eens gepolijst dus ik kan er weer doorhéén kijken, en er zijn weer nieuwe subtiel opvallende politiestickers aangebracht. Voor de verkeersveiligheid uiteraard. Ook zijn de niet-zwarte motoren gewassen en gepoetst, de wel-zwarte motor dus niet.

Dag 1 (zaterdag) Culemborg ~ Ribe (684 km)

Een snelle start van mij en een iets tragere van mijn Suzuki kon om 07:15 uur de opwarmtrip van Culemborg naar De Bilt beginnen. Even wennen aan de extra luchtweerstand die de zadeltassen en de brede topkoffer veroorzaken en ik laat de olie in het motorblok geleidelijk opwarmen. Omstreeks 07:40 uur bij Jos gearriveerd waar een grote grijze wolf in schaapskleren al startklaar stond. Of zijn alarm nog op scherp stond, heb ik even gechecked. Ja! Staat op scherp en dat weet de buurt ook ineens! Kort daarna reden we samen richting het ontmoetingspunt (parkeerplaats Vanenburg A28, nabij Nijkerk) om Ronald op te pikken. De sfeer was al meteen op niveau (zoals verwacht) en na een bakkie koffie en een laatste bagage-vastsjorcheck gingen we op weg (09:00 uur).

Vergeleken met Denemarken, zijn onze wegen goed gevuld met a-socialen, idioten en andere malloten van verschillende gradaties. Om hiervan zo min mogelijk hinder te hebben, had ik al meteen het tempo op standje allégro gezet. Dat ging prima want een uurtje later waren we Zwolle reeds gepasseerd waardoor al meteen de verkeersdrukte flink gereduceerd werd. Na de overgang op de A37 (splitsing Assen/Emmen) was het ronduit stil te noemen. Erg saai ook trouwens en af en toe wegduiken achter je windscherm/kuip was zo ongeveer het enige spannende moment. Gelukkig werd 20 km verder al Duits grondgebied betreden en werd het allemaal wat afwisselender. De B402 gedurende 32 km, bij Haselünne (tevens koffiestop met iets lekkers)...

... de B213 (45 km) en bij Cloppenburg de B72 (13 km) om vervolgens de A1 op te duiken richting Bremen/Hamburg. Ook weinig te beleven overigens en na 135 km hadden we het wel gezien en doken we de A261 (later A7) richting Neumünster/Kiel/Flensburg op. Ronald wilde ons gehoor even testen door in de Elbtunnel 130 km/u in z’n 2e versnelling te doen. Ja, check!! Ondertussen is het op de weg een stukje drukker geworden dus de 180 km tot aan de grens met Denemarken is het volop zigzaggen om de tallozen vrachtwagens, campers en sleurhutten veilig te passeren. Ook gingen ondertussen onze monnikkapsspieren een beetje opspelen dus werd af en toe noodgedwongen een iets andere zithouding aangenomen en nog een laatste pauze ingelast.

Om 16:30 uur werd de Deense grens gepasseerd en herinnerde ik me ineens dat op de snelwegen de invoegstroken geleidelijk opgaan in de rechter strook, dus verkeer wat gaat invoegen, móet je wel gelegenheid geven door voor hen ruimte te creëren. Dit is even wennen maar drie invoegpunten later, is het de gewoonste zaak van de wereld. Sterker nog, het bevordert de visuele communicatie tussen de weggebruikers zodat je gedwongen wordt beter te anticiperen waardoor je soepeler met de stroom mee gaat, wat uiteindelijk weer resulteert in een veel rustiger verkeersbeeld. Stilstaande files rondom Kopenhagen bijvoorbeeld ontstaan zelden. Afijn, we pakken de eerste afslag om via een saaie en (afgezien van een aantal rotondes) bijna kaarsrechte weg, een uur later deze heenreis te beëindigen in de eindbestemming Ribe. Best netjes in 8½ uur totaal, inclusief 3 tankstops annex rust-koffie-eetpauzes, met een kruissnelheid van rond de 120 èchte km/u.

Een beschikbare B&B vinden was niet zo makkelijk als gedacht. Dat weekend was er een Tulipfest (Tulpenfeest dus) compleet met kermis aan de gang en waren de B&B’s naar zeggen vrijwel allemaal bezet. Een zeer vriendelijke en behulpzame B&B-eigenaar verwees ons naar een nieuw vakantiewoningenpark aan de rand van het stadje. Het park was zo gevonden, de route naar de receptie was minder makkelijk, en dus kozen we zelf dus maar een onofficiële route. We trokken (uiteraard) veel bekijks van de bewoners en in de straatjes tussen de huisjes, klonken de uitlaatroffels des te lekkerder. Een huisje kon gelukkig per nacht gehuurd worden en ondanks dat het dus wat duurder werd dan gepland, vonden wij dat we best wel een beetje verwend mochten worden met wat luxe. We hadden tenslotte een flinke rit achter de rug.

Huisje nummer 41 (bovenwoning) met twee woonlagen, complete keukeninrichting, erg mooi en schoon, fijne douche, LCD-TV en heel veel schakelaars. Knopjes en schakelaars, ja, daar zijn de Denen gek op! Zo is ieder stopcontact voorzien van een aan/uitschakelaar en heeft blijkbaar iedere lamp in huis ook zijn eigen centraal geplaatste schakelaar. Alleen die van de hanglamp heb ik niet gevonden waardoor ik die lamp maar als nachtlampje heb gebombardeerd. Bleek achteraf wel handig volgens Jos/Ronald, zodat er tijdens een nachtelijke voettocht naar het toilet, niet eerst naar een lichtknopje gezocht hoefde te worden. Motoren ontpakt, gestald op een afgesloten en beveiligd parkeerterrein (handig!)...

... en daarna te voet het stadje in om wat te happen. Ook dat werd iets duurder dan gepland maar we hadden het wel verdiend (alwéér?). Weer terug in het huisje vielen de rolluiken rond half elf wel dicht.

Dag 2 (zondag) Ribe ~ Rølje/Middelfart (323 km)

Door mijn gemiddeld benodigd aantal slaapuren van 6 stuks, begon mijn ochtend al rond de klok van 05:00 uur. Met enige moeite kon dit gerekt worden naar 06:00 uur. Op zich niet erg want mijn tempo is tijdens het opstaan-ritueel verre van optimaal. Al rond 07:15 uur zat ik startklaar gereed in de woonkamer, waarbij er ook levendigheid waarneembaar werd op de bovenverdieping. De tassen werden weer ingepakt, de motoren gehaald en weer opgezadeld met de bagage. Jos testte ondertussen of zijn koffersleutel nèt zo degelijk was als de koffers zèlf (nee dus, want de baard bleef achter in het slotje). Maar omdat Jos handig is met priegelwerk, was dit zo weer opgelost. Komt de reservesleutel toch nog van pas. Daarna weer tussen de andere huisjes door naar de receptie gereden (halve dorp wakker geschud) om aan het ontbijt te beginnen. Dat was best lekker maar verder niets bijzonders.

Omdat Ronald niet vooraf Deense Kronen had gekocht en een beetje cash wel wenselijk is, werd er eerst even een geldautomaat gezocht in Ribe, wat geen probleem zou moeten opleveren aangezien er welgeteld 7 banken zijn. De eerste was niet echt snel gevonden en helaas bleek deze flappentapper "out of order" te zijn. Nummer twee werd pas gevonden na twee keer vragen. Deze was weggestopt tussen twee steigers, niet te zien dus. Gelukkig werkte deze naar behoren en konden we aan de dagrit beginnen.

Het eerste deel van de rit volgde grotendeels de Westelijke kustlijnwegen die ons via Esbjerg naar Ringkøbing brachten. Zowel de wegen als de omgeving waren zeer afwisselend. Zo rij je het ene moment op een perfect geasfalteerde en kaarsrechte weg terwijl weidse vergezichten en compacte stukken bos worden afgewisseld, het andere moment rij in het duingebied en doorkruis je allerhande dorpjes.

Er stond een stevige bries die toch was fris aanvoelde maar wat ook wel mooie schuimkoppen veroorzaakte. Na Ringkøbing werden de kleine binnendoor weggetjes gevolgd waar het allemaal om gaat. Ondanks dat er heel veel moois te zien is en je continue om je heen kijkt, blijft het ook verstandig goed de toestand en het verloop van het wegdek in de peiling te houden. Omdat dit soort wegen vaak wat smaller zijn en automobilisten de scherpe bochtjes vaak wat afsnijden, ligt er dus ook vaak wat zand, steentjes en andere onzuiverheden in jouw rijlijn. Ook vanwege het glooiende landschap is het wegverloop soms erg onduidelijk en zal je de snelheid hierop moeten aanpassen. Tegenliggers houden veel rekening met ons en duiken al vroegtijdig half de berm in om ons voldoende ruimte te geven om te passeren. Vrijwel alle kleinere wegen met een doorgaand karakter, zijn voorrangswegen zodat je niet bij de vele (onoverzichtelijke) kruisingen steeds weer moet afremmen. Dat houdt het tempo op een prettig niveau en met een gemiddelde snelheid van 60 km/u op de kleine binnenwegen, kom je in korte tijd al een heel eind. Bovendien is het lang niet zo vermoeiend als je zou denken.

Rondom 13:00 uur zijn we bij de stad Herning en aangezien we best trek hebben gekregen, besluiten we hier dan ook de lunch te houden. Op zoek naar een prettig ogend restaurant of lunchroom, leidde mijn GPS ons door een voetgangersgebied. Weinig voetgangers te bekennen want het is zondag zijn de winkels uiteraard gesloten. Een paar honderd meter verder stuitten we op een patrouillerende politieauto. Die waren natuurlijk niet echt blij drie motorrijders (stapvoets) te zien rijden midden in een voetgangerszone. Ronald was inmiddels afgestapt en liep naar de uitgestapte politieagent. Jos en ik bleven op veilige afstand de verbale communicatie gadeslaan. Wetende dat de politie redelijk streng kan optreden en de boetes over het algemeen vrij fors kunnen zijn ook voor dit soort kleine vergrijpen, waren we allemaal dan ook erg verbaasd toen de agent ons vroeg of wij de McDonalds iets vonden om de lunch te houden. Nee, geen probleem uiteraard. Aanwijzingen volgde maar omdat het er vrij ingewikkeld uitzag en de agenten dat ook wel inzagen, kregen wij een politie-escorte naar de McDonalds! Niks boete dus maar volledig begrip voor onze situatie en behulpzaam. SUPER !! Vervolgens lekker gegeten.

Met een volle maag en nog steeds een smile van oor tot oor, vervolgden we onze route binnendoor via leuke dorpjes, glooiende wegen en langs het vliegveld nabij Billund (Legoland). Naast genieten van de wegen en omgeving, moet je natuurlijk ook altijd bewust zijn van de risico’s en dus alert blijven. Zo zal een dorpsstraat waar kinderen spelen, altijd om extra aandacht vragen. Een rechte landweg met hagen aan weerszijden zónder zijwegen, zal weinig alarmbellen doen rinkelen. Totdat plotseling uit het niets een jonge ree de weg kruist, bijna onder de motor van Jos belandt, gelukkig weer terug springt richting het struikgewas om vervolgens het trucje nóg eens te doen zodat René het hart in de keel heeft zitten. Natuurlijk schrok de ree ook enorm en verloor hoefcontact met het asfalt, gleedt onderuit en raakte gelukkig lichtjes het voorwiel van René’s motor. Na wat hysterisch spartelen kreeg Bambi weer grip en maakte zich uit de poten. Ronald reed dus achteraan en heeft alles dus gezien. Indrukwekkend! Een tijdje later zorgde Jos (wederom) voor een adrenalinestoot door een haas bijna in tweeën te rijden!

Toen René wat later weer voorop reed, miste hij een zijstraat volgens de route maar dacht dit te kunnen oplossen door een straat later in te slaan, om zo wat verder weer op de route terecht te komen. Dit lukte ook gewoon, echter bleek de volgende zijstraat meer een grindweg te zijn van 2,5 km lang, bochtig en heuvelig. En omdat zijn VX niet gediend is van dergelijke uitdagingen, had hij wel wat moeite met de koersvastheid van het voorwiel. Vlak onder de plaats Erritsø, doken wij eventjes de snelweg op om via de nieuwe brug, het water (“Lilla Bält”) over te steken. Meteen de eerstvolgende afslag weer de snelweg verlaten om de laatste kilometers naar het overnachtingsadres in Rølje te voltooien. De eerste B&B (grote boerderij met poort en binnenplaats) zag er erg goed uit maar had helaas geen plaats voor ons. De tweede B&B (dezelfde bouwstijl) 200 meter verderop had gelukkig wèl plaats. Sterker nog, wij waren zijn enige gasten die nacht. De eigenaar (Freddie Rosenfeld) liet ons twee kamers zien waaruit we konden kiezen. Het zag er allemaal erg verzorgd uit en we kozen voor een 4-persoonskamer met klein balkonnetje aan de voorzijde. Twee éénpersoons bedden en een heuse 2-persoons bedstee met gordijntje. Ronald leek dit wel wat. Erg lachwekkend. Lekker opgefrist, beetje TV gekeken en toen met de motor een restaurantje gezocht in het nabij gelegen Middelfart. Gevonden bij “Holms Restaurant” en erg lekker gegeten.

In de ondergaande zonnestralen teruggereden, de motoren in een ruime stal geparkeerd want Freddie zei dat ze beter maar binnen dan buiten kunnen staan. Prima vent, die Freddie. Ronald wilde nog wat prutsen aan zijn motor: zijn Garmin Zumo heeft een ingebouwde mp3-speler en het signaal wilde hij via de intercom in z’n helm hebben. Ook bleek zijn kentekenplaatverlichting het niet te doen dus dat kon gelijk meegepakt worden. Na een half uur was een stukje kunststof plaatdeel ergens onder vandaan gehaald zodat zijn vingers bij het lampje of ander dingetje konden komen. We kwamen van alles tegen, o.a. een volledig naar groen ge-oxideerde koperdraad dus die gaf geen voltje meer door en tja, dan is de lamp uit. Toen stortten we ons maar op de muziekdoos van Ronald, waarbij de puzzel hoofdzakelijk bestond uit “hoe de spanning erop te krijgen zónder draden door te knippen”. Na wat vereend denkwerk, werd de plusdraad vastgeklemd in een zorgvuldig gekozen (en hopelijk juiste) zekering, en de mindraad aan een framebout vastgeklemd. Even testen (helm op) en ja hoor, zie daar, een hevig swingende Ronald. Missie geslaagd. Eenmaal terug op onze kamer nog een kaartspelletje van Ronald geleerd (Beaver Gang geloof ik). En dan heeft “beaver” de betekenis van zo’n harig beest… Ojee, nou dat wordt er ook niet veel duidelijker op…

Dag 3 (maandag) Rølje/Middelfart ~ Århus (204 km)

Na een goede nachtrust in een prima geveerd bed gingen mijn rolluiken open rondom 06:00 uur. Ja, het gaat een gewoonte worden geloof ik, maar dat biedt weer extra perspectief voor mijn ochtendritueel… Rond achten waren wij allen de motoren aan het voorbereiden voor een nieuwe dag heerlijk toeren, totdat “James” (alias Freddie) ons verzocht aan de keukentafel plaats te nemen alwaar een zeer compleet ontbijt stond uitgestald.

Het zag er verrukkelijk uit en wij hebben het ons doen smaken. Zelfs de verschillende broodjes kwamen zo te voelen rechtstreeks uit de oven. Helemaal top dus. Om 08:45 uur reden wij het erf af om aan de kortste rit van de week te beginnen. De toertocht begon rustig in Noordoostelijke richting en we doorkruisten gehuchtjes als Avlby, Blanke, Bro en Skåstrup om vervolgens na Bogense de richting naar Zuid bij te stellen. Dat Denemarken een rijke historie heeft en daarmee ook zeer rijk is aan kastelen, landhuizen, herenhuizen en grootse boerderijen, kan geen twijfel over bestaan. Zo’n beetje om de paar kilometer val je van de ene in de andere verbazing en voel je je gedwongen om alweer een fotostop te maken…

De wegen volgden duidelijk de contouren van de akkers en velden (sterk glooiend) zodat met wat extra gas op de rechtere stukken, de vergelijking met een achtbaan kon worden gemaakt. Op de toppen verkreeg je heel eventjes dat heerlijke gevoel van gewichteloosheid. Onze GPS-sen waarschuwden ons feilloos op de naderende bochten die pas op het laatste moment zichtbaar werden. Over tegenliggers hoefden we ons niet druk te maken, die waren er nauwelijks. Het ging lekker en al snel passeerden we het vliegveld van Odense totdat we kort daarna het gehucht Allesø binnenrijdend, Ronald kwijt waren. We hebben even gewacht en besloten toch maar even terug te rijden om te zien wat er aan de hand was. Nog tijdens onze keermanoeuvre kwam Ronald alweer aanrijden, maar uit zijn gebaren konden we opmaken dat er iets met zijn motorblok aan de hand was. Zijn Daytona klonk ineens als een Puch en de fut was er helemaal uit. We besloten de motoren te parkeren op een stuk zanderige grond bij een huis, en de ANWB pechhulp werd gebeld.

Hulp was onderweg en vijf kwartier later (en een paar ontbijtkoekrepen verorberd) verscheen er inderdaad een vrachtwagen van de Dansk Autohjelp. De behulpzame jongen had nog nooit van het merk Triumph gehoord… Koopt ook nooit lingerie voor z’n vriendin zeker?... Afijn, na heel wat heen en weer gebel, kwam er een kleinere hulpwagen die de motor naar de Triumph-importeur in Århus zou brengen (150 km terug, waar we gisteren dus vrijwel langsop kwamen)…

De motor werd opgeladen en goed vastgesjord, o.a. met speciale stuurbanden om de handvatten (handig!) en Jos & ik achter de wagen aan. Al meteen had de chauffeur er behoorlijk zin in om een fijn stukje te scheuren en eenmaal op de snelweg had ‘ie volgens ons “de plank plat”. Wegens de sterke zijwind besloten wij ons eigen tempo te rijden uit veiligheidsoverwegingen. Ook wij hadden het adres van de importeur. Na wat zoeken door wegwerkzaamheden, arriveerden we slechts 10 minuten ná Ronald. Even kennis gemaakt met de importeur en gezellig gebabbeld onder het genot van een bekertje koffie over het probleem van Ronald’s bike (gebroken zuigerstang en een kromme krukas) en over motorrijden/motoren in Denemarken. Zo blijkt dat wij motorrijders in Denemarken zo’n beetje als “de elite” worden beschouwd omdat het bezitten van een motorfiets erg kostbaar is. Op een motorfiets wordt namelijk een zeer hoog belastingtarief (tot 180%) gehanteerd. Voor een nieuwe Daytona-fiets waar je hier 15.000 Euro betaald, kost je in Denemarken het dubbele. Heeft enerzijds te maken met de zeer omvangrijke sociale- en maatschappelijke voorzieningen, anderzijds met toepassingsgebieden, milieubelastende effecten, ongevalrisico’s en technische kenmerken. Jaja, heel ingewikkeld allemaal. En wij dachten slim te zijn door dan maar een motor te huren voor Ronald. Gaat dus ook niet door omdat het gewoonweg te duur is. In heel Denemarken zal je geen enkel motorverhuurbedrijf vinden omdat het niet rendabel is.

Voor Ronald hield zijn rondreis ongeveer hier helaas op, had hij zo besloten, achterop bij Jos was ook geen optie (minder leuk, bagageprobleem in zicht en genoeg te doen thuis) dus zou hij de trein huiswaarts nemen de volgende ochtend. Dus we hebben in de buurt een B&B opgezocht en in het centrum bij een tent à la Qwibus heerlijk gegeten. Het laatste avondmaal dus.

Daarna door de binnenstad naar het treinstation gewandeld en gekeken naar de vertrektijd van zijn trein. En zo eindigde dag 3 dus NIET in Mesinge maar in Århus. Doordat we nu ongeveer 250 kilometer ten westen van ons geplande eindpunt zitten, bespreken we de mogelijkheden van een alternatieve route over het eiland Seeland. We besluiten er een nachtje over te slapen.

Dag 4 (dinsdag) Århus ~ Sørup (486 km)

De volgende ochtend heb ik afscheid van Ronald genomen en Jos heeft ‘m naar het station gebracht. Toen Jos weer terug was, hebben we tijdens het ontbijt, het er nog over gehad. Heel erg balen voor Ronald en ook wel een beetje voor ons. Je hoopt toch dat alles goed gaat en ook met z’n drieën weer te eindigen… Na het weer bepakken van de motoren (ik ben al aardig handig geworden met de snelspanbanden starten we met de eerste etappe om naar ons pechpunt te rijden en daar de route van gisteren weer op te pakken. Gelukkig is het redelijk rustig op de snelweg en kunnen we een mooie snelheid aanhouden, zodat we anderhalf uur later bij het pechpunt zijn (Allesø). Helaas gaf de TomTom van Jos ineens niet meer thuis (vastgelopen), zodat een reset noodzakelijk bleek. Jos heeft hiervoor een hele mooie naald bij zich, dus naaldje in het piepkleine gaatje drukken en voilá… Niets gebeurde. Vele pogingen volgden maar nog steeds geen verandering waarneembaar. Ik kon dit extra leed niet meer langer aanzien en nam de naald in eigen hand. Ik mocht niet te hard in dat gaatje drukken van Jos (anders gaat ‘ie lek) maar ik had het “in de vingers” en voilá, TomTom gereset, JosJos weer blij en dus konden we beginnen aan de tweede etappe. Tja, GPS-goeroe word je niet zómaar… Uiteraard via de mooiste weggetjes met de prachtigste optrekjes…

passeerden we o.a. de grotere plaatsen Assens, Faaborg (gelunched) en Svendborg. Bij Slot Egeskov hebben we even voor het hek gestaan (letterlijk) want een bezoek zat er qua tijd niet meer in. Jammer aan de ene kant, maar aan de andere kant is dat weer een mooi excuus om in de toekomst hier weer terug te keren. Via de plaats Ringe binnendoor naar Nyborg, waar we de oversteek maakten naar het eiland Sjaelland (Seeland), via een 17 km-lange tolbrug (Storebaelt). Eerst het vlakke deel (12 km) waarbij na 8 km een kunstmatig eilandje wordt doorkruist, daarna ga je het hangende deel (5 km lang) over wat een bijzondere ervaring is. Het hoogste wegdekpunt is 40 meter zodat grote zeeschepen probleemloos kunnen kruisen. Omdat je zo hoog rijdt, heb je een fenominaal uitzicht, maar ook een idem dito zijwind die het motorrijden best spannend maakte op dat moment. En aan het eind van de tolbrug moet je betalen. Omgerekend ongeveer 16 Euro enkele reis…

Via de snelweg doorgereden via Køge naar Greve (voorstadje van Kopenhagen) om wat tijd te winnen, te eten en daarna hopelijk snel een B&B te vinden. De eerste bleek een “knallertmusee” te zijn (bromfietsmuseum dus) en de tweede een erg luxe en dus duur hotel annex conferentieoord te zijn. Na de korte stop nog tot aan Ballerup via de snelweg gereden, daarna ging het binnendoor. Hierna stuitten we op de derde B&B maar daar was de eigenaresse niet van thuis. Haar GSM gebeld en blijkbaar was ze op een feestje (aan de achtergrondrumoer te horen) en had ze geen zin om voor B&B-gastvrouw te komen spelen. Misschien ook wel beter zo want we hadden er niet echt veel vertrouwen in (ouwe gribus-zooi). Ik had er nog twee in m’n GPS staan dus we vestigden onze hoop noodgedwongen hierop. Eerst richting Helsinge, daarna afbuigend naar Fredensborg Humlebaek met als eindbestemming het dorpje Sørup, gelegen grenzend tussen het meer Esrum Sø en de Fredensborg Golf Club. Mooie locatie, mooie huizen en mooie auto´s. Hier zit duidelijk waslijnen vól slappe was.

Het duurde even voordat wij de B&B hadden gevonden maar het is ons toch weer gelukt. En maar goed ook want het was al aardig aan het schemeren. Aangebeld en de zoon des huizes deed open, keek ons een beetje verbaasd aan en liet ons nog iets langer in spanning of er een kamer vrij was voor de komende nacht. Zijn vader had het verlossende woord, ja er was nog ruimte. Overigens is er geen ontbijt inbegrepen en wij zullen hiervoor dus zèlf iets moeten regelen. Hmm, een BzB (Bed zonder Breakfast) dus. De zoon van begin de twintig jaar, was nieuwsgierig naar onze rondreis en reageerde met woorden als “wow” en “cool”. Even later hadden we onze spullen in de kamer uitgestald, het bed opgemaakt en onszelf wat opgefrist. Ondertussen had Jos al grondig de kamer bekeken en trok de conclusie dat het eigenlijk een compleet appartement was. Erg mooi verbouwd, gesitueerd op de zolder van een riante boerderij, mooie badkamer, zichtbare nok van het dak met donkere horizontale steunbalken met ingebouwde dimbare spots, zithoek met flatscreen-TV en open hoekkeuken met alle denkbare apparatuur. Dankzij een paar belangrijke voorraadartikelen kon Jos een paar lekkere bakken pittige koffie zetten, en dáár waren we wel aan toe zeg! De gemiddelde Deense bak koffie is volgens Nederlandse begrippen een beetje slap. Na de koffie hebben we nog even een frisse neus gehaald en de buurt wat verkend. Het meer Esrum Sø ligt letterlijk aan de rand van het dorpje en hebben we in 10 minuten bereikt. Het uitzicht is fenomenaal, mede dankzij de in vergaande staat verkerende zonsondergang…

Mooie huizen (villa’s), mooie auto’s (Mercedes, Lexus en Ferrari) en geen straf om hier te wonen. En ook een zeer goed werkend anti-inbraaksysteem in deze wijk wat wij aan de lijve hebben ondervonden. De straten naar de woningen zijn niet zoals gebruikelijk geasfalteerd, maar voorzien van een dikke laag doodgewoon wit grind. We hebben zo voorzichtig mogelijk geprobeerd te lopen, maar gehóórd word je! Weer binnen nog even de satelliet-TV uitgeprobeerd maar na korte tijd, begon het bed toch wel erg interessant te worden…

Dag 5 (woensdag) Sørup ~ Odense ~ Rølje (377 km)

Na een heerlijke nachtrust, de koffers gepakt, motoren bezakt, sleutel ingeleverd, vriendelijk bedankt en de bekende “5 minuten” later waren we weer vertrokken. De weersomstandigheden waren ons goedgezind: strak blauwe lucht en een pittig fel zonnetje. Zo’n half getint vizier bewijst ook vandaag z’n nut. Ontbeten hebben we niet (was niet inclusief) maar een ontbijtkoekreep is altíjd lekker. En van het ontbijt maken we wel een brunch. De rit voerde ons richting Hillerød (waar we het ontbijt bij een bakkerij hebben genuttigd in de vorm van een goed gevulde bol gezond), tegen de klok in om het meer Arresø heen naar Frederiksvaerk…

dan weer omlaag naar Frederikssund, na vele verkeerslichten de brug over het Kattegatt om vervolgens in een grote cirkel het Noordwesten van dit eiland te verkennen. En dat was mooi! Talloze kronkelige weggetjes, afgewisseld met lange wegen en dito bochten, donkere stukken bos en uitgestrekte koolzaadvelden…

waar Jos merkbaar extra vrolijk van wordt. Lekker dóórrijden dus… Met 257 km achter de kiezen (rond half één) was het wel tijd geworden voor de brunch. Op dat moment reden we door de vissersplaats Skaelskør, gelegen aan de Stora Bält in het Zuidwesten. De motoren op de kade geparkeerd, wat niet onopgemerkt bleef, liepen we “Memo’s Pizza Bar” binnen. Na bestudering van de zeer uitgebreide kaart (zonder Engelse vertaling), besloten we maar iets te nemen. Jos houdt helemaal niet zo van pizza’s, maar aangezien we geen zin hadden om het plaatsje uit te kammen, namen we de proef op de som. En bovendien, smaken kunnen veranderen. Jos koos voor een in een diepe pan enkelgebakken versie, ik de dubbelgebakken variant. Ha, lekker, aan twee kanten gebakken dus. Dacht ik… Toen Jos z’n pizza kreeg, begon ik toch wel een beetje nerveus te worden. Man, wat een bord vol! Een flinke pizzabodem dubbelgevouwen met daarin al de ingrediënten maal factor 4. Tering wat een ding!

Kort daarna werd de mijne bezorgd. Mijn nerveusiteit was terecht: de randen van het bord konden het gevaarte nauwelijks tegenhouden. Het gevecht kon beginnen. Uiteindelijk heeft Jos alles naar binnen gewerkt, ik moest na driekwart afhaken. We zaten vól. Maar wèl iets om te onthouden. Jumjum. Nú houd Jos wèl van pizza’s, zolang ze maar op z’n Deens worden bereid… Tegen twee uur zaten we weer in het zadel en een kwartiertje later maakten we een foto van de immense Storebaelt-tolbrug…

Op de brug ging het een stuk beter dan de vorige keer, want we hadden de krachtige wind schuin in de rug waardoor je (ik in ieder geval) nog een beetje om je heen kon kijken. Zo’n 17 km verder reden we het eiland Fyn (Funen) weer op en kwam ons einddoel in zicht: Odense. Rond half vier stonden we voor de B&B, het Pientehus in hartje centrum. Op internet had ik deze uitgezocht omdat het een hele mooie was, maar in werkelijkheid viel het zwaar tegen. Een groot okergeel betonnen gebouw wat geen enkele charme en dus ook niet uitnodigend genoeg voor ons. Geeft niets, ik heb er nóg 6 stuks in mijn GPS staan, dus de volgende werd gekozen. Deze zag er wèl aantrekkelijk uit en dus belden we hoopvol aan. Niet thuis. Hmm. Volgende dan maar weer: niet te vinden. Volgende? Ook niet te vinden. Volgende? Niet thuis. Volgende? Niet te vinden. Tja, dát schiet natuurlijk voor geen meter op zo. Na kort overleg hadden we besloten de dagrit maar te verlengen met zo’n 50 km door naar Freddie in Rølje te rijden. Deze was ons opperbest bevallen en we hadden volop hoop dat hij ook nu weer een kamer voor ons had. Een klein uurtje later reden we zijn erf op en ja hoor, hij verwelkomde ons hartelijk. Meteen gevolgd door de vraag waar onze vriend was gebleven. Onze uitleg volgde uiteraard.

We hadden weer dezelfde kamer dus dat was vertrouwd. Na een uurtje gerelaxed te hebben, reden we naar Middelfart om voor het avondeten te zorgen. Nu was onze trek nog niet echt aangewakkerd want de pizza’s maakten nog steeds die degelijke indruk, maar een toetje ging er wel in. Dat vonden we bij een blijkbaar erg populaire en modern vormgegeven uitspanning op de boulevard. De keuze was al vlot gemaakt: ieder een bananasplit met een driekwartliterglas cola. Ja, dat hadden we wel verdiend. Naderhand nog even genoten van het uitzicht over het water (de Lilla Bält) en de brug op de achtergrond. Eenmaal terug in Rølje, nog even wat TV gekeken en rond 23:00 uur was het wel gedaan met onze energie…

Dag 6 (donderdag) Rølje ~ Culemborg (751 km)

In principe onze één-na-laatste dag van onze rondreis. In principe ja, want omdat we ons toch een beetje onbedoeld al dichterbij de grens bevinden, is de dagrit nog maar 150 km waarmee je binnen drie uur wel klaar mee bent. Gisteravond hadden we dat uiteraard reeds geconcludeerd (tja, je bent bestuurlid of niet…) en hadden besloten om de middag te besteden aan een deel van de route naar huis, en in de omgeving van Bremen een slaapplaats te zoeken. Zodoende hadden we vrijdag nog maar een schamele 300 km te doen en zouden we al halverwege de middag onze vrouwen kunnen verrassen. Zo gezegd, zo gedaan. Vandaag doen we dus 450 km. De start van de dag begint ons zo langzamerhand wel een beetje te vervelen want het is alwéér een strakblauwe hemel en een felle zon. Bovendien zal dit gedurende de gehele dag niet veranderen. Gatver… Maar het aanschouwen van een wederom uitgebreid gedekte ontbijttafel, stemde ons weer vrolijk.

Na het ontbijt, de motor- en bagagecheck en een warm afscheid, waren we rond 09:00 uur onderweg. Aangezien we de snelweg rechts laten liggen, rijden we grotendeels langs de Oostkust van Zuid-Jutland. Omdat zich hier weinig kleine doorgaande weggetjes bevinden, zijn we genoodzaakt om op de provinciale wegen te blijven, wat echter absoluut niet minder mooi is. Vlakke en lege stukken worden afgewisseld met leuke vissersdorpjes, dito haventjes en mooie vergezichten. Het ene nog mooier dan het andere. Uiteindelijk hebben we bij een idyllisch haventje gepauzeerd of wat foto’s te maken en de benen te strekken.

Het is heerlijk weer, iets minder wind toch en perfect motorrijweer. Door het weinige verkeer schoten we lekker op en zodoende waren we al rond 11:00 uur ter hoogte van Flensburg (Duitsland). Jos nam het roer over en liet zijn TomTom een route binnendoor naar Bremen uitrekenen. Tijdens het rijden had ik regelmatig een “rendez-vous”-gevoel en dat bleek ook wel aardig te kloppen want veel wegen hadden we als eens gereden met de camper. Na een kleine twee uur rijden kwamen we uit in Glückstadt, alwaar we het veer over de rivier de Elbe zouden nemen. Nog steeds een erg populaire oversteek zoals we dus met de camper hadden mogen ervaren (filevorming). Uiteraard mogen motoren een file voorbij rijden en afgezien van een enkele automobilist die het hiermee niet eens was (blijkens zijn verbale uitingen), konden we rustig de rij passeren. Het gevoel van een voordeeltje behalen, groeide met de meter want er kwam geen eind aan de rij auto’s. Na 1,5 km was het begin in zicht en we stopten keurig vooraan. Echter gebaarde een veermedewerker ons dat we op de streep moesten gaan staan zodat we als eersten de veerboot mochten oprijden. Kijk, dát is pas service! Eenmaal er op en afgevaren duurde de oversteek krap een half uur.

We stonden een beetje in een hoek, maakte niet uit, en bij het afrijden moesten we even twee rijen met vrachtwagen voor laten gaan en daarna mochten wij er af. Ongeveer weer twee uur later pakten we een stukje snelweg om nèt onder Bremen een B&B te vinden. In een voorstad van Bremen wat rondgereden maar omdat het inmiddels spitsuur was, konden we niet helemaal de juiste weg vinden. Na een half uur zonder resultaat te hebben rondgereden, hebben we kort gepauzeerd op een parkeerplaats van een hamburgergigant, wat gedronken en de mogelijkheid besproken om de laatste 300 km naar huis ook maar vandaag te gaan doen. Uiteraard relaxed via de snelwegen. We besloten eerst ongeveer een uur te rijden, daarna voldoende rust te nemen en gelijk lekker te eten en daarna de resterende twee uur te volbrengen. In een Raststätte een heerlijke schnitzel gegeten en wat gedronken. Voor de laatste keer deze week weer in het zadel klimmen en hup weer het gas er op. De trip verliep vlotjes en comfortabel. Weinig verkeer en een klein buitje waar je wel even echt nat van werd, maar een kwartier later weer drooggeföhnd was. Twee uur later passeerden we de Nederlandse grens en de laatste parkeerplaats vóór knooppunt Hoevelaken, hebben we even gestopt om elkaar de hand te schudden. Bij afslag De Bilt hebben we gezwaaid en een half uur later was ook voor mij de vakantie ten einde. De tripcomputer toonde een respectabele 2950 km (dagroutes: 2825 km / overigen: 125 km)…

Conclusie

Deze Denemarken-6-daagse is ieder uitstekend bevallen en hebben ons allen verrast met de diversiteit van het landschap, de wegen, de flora en de fauna. Denemarken is een perfect land om met de motor te verkennen, alleen zal je in het hoogseizoen je overnachtingen wèl moeten reserveren. Ook hebben we enorm mazzel gehad met het weer, want tijdens een eerder bezoek van mij aan Denemarken was het 80% van de tijd regenachtig. Zoals gebruikelijk waait er altijd een stevige wind en is de gevoelstemperatuur dus ook een flink lager. Globaal is Fyn het warmst/droogst en Sjaelland het koudst/natst, Jylland hangt er ongeveer tussen. Jos heeft inmiddels een nieuwe heup gekregen en is druk bezig met revalideren en nietsdoen. Overigens schijnt hij weer (voorzichtig) motor te hebben gereden… Pechvogel Ronald is inmiddels van de schrik bekomen en zijn blok is uitgebreid onderzocht. Het breken van de drijfstang was hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door up-tuning van het motormanagement waardoor op den duur metaalmoeheid is opgetreden. Inmiddels heeft hij een donorblok gevonden en schijnt zijn Daytona het weer te doen (èn 60.000 km minder op de teller te hebben). Voor alle zekerheid heeft hij een down-tuning laten toepassen… En ik heb me reuze vermaakt met het plannen van de routes, het opzoeken van de diverse B&B’s, het leiden van de twee schaapjes, het net niet platrijden van Bambi, het naar binnen werken van die immense pizza, de maat proberen te achterhalen van de snurkconcerten (tevergeefs) en verder de dikke lol die we met elkaar hebben gehad. Het routebestand kun je zoals gebruikelijk vinden op de downloadpagina...

Heren bedankt en wie weet gaat onze volgende rondreis naar...

René van Oyen
Jos Westendorp
Ronald Verdegaal

Biltse Motorrijders Vereniging
RPO Webdesign (© 2011)
--- KvK 54971616 ---